Haaienkaak op gietijzeren standaard

119,95 99,95

Grote haaien kaak op een hand gemaakte,stevige gietijzeren standaard.

afmeting;300 x 260 x 80mm

Kaak afmeting; 26cm breed
Ca 16 hoog
ca 6 cm diep
Kleur; Naturel,ongebleekt.

De getoonde foto is een voorbeeld, iedere haaienkaak is verschillend van kleur en model

Niet op voorraad

De tijgerhaai (Galeocerdo cuvier) is een grote haaiensoort. De naam Galeocerdo is een samentrekking van het Griekse galeos (haai) en het Latijnse cerdus (aanduiding voor het stugge haar van varkens). Hij is het enige lid van het geslacht Galeocerdo uit de familie requiemhaaien (Carcharhinidae). De wetenschappelijke soortnaam cuvier verwijst naar de bioloog Georges Cuvier. Het verspreidingsgebied van deze haai betreft met name de tropische en subtropische wat warmere en gematigde zeeën. Incidenteel komt men weleens een tijgerhaai tegen in de Middellandse Zee en de Noordzee; dit zijn echter geen belangrijke, permanente verblijfsgebieden voor deze soort. Tegenwoordig vermoeden sommige wetenschappers, dat verschillende zeedieren -waaronder de tijgerhaai- hun leefgebied aan het uitbreiden zijn wegens klimaatveranderingen, golfstroomveranderingen en overbevissing in hun leefgebieden. Dit zou dus een reden kunnen zijn dat deze soort tegenwoordig in de twee laatstgenoemde Europese zeeën sporadisch gesignaleerd worden. De tijgerhaai is het grootste lid van de familie van requiemhaaien. Hij dankt zijn naam aan zijn gestreepte rug en flanken. Deze tijgerachtige tekening is vooral bij jonge exemplaren te zien, en vervaagt naarmate de haai ouder wordt. Het strepenpatroon is een vorm van camouflage die ook wel disruptieve kleuring wordt genoemd, waarbij de contouren van de haai tegenover de achtergrond vervagen. De buik is wit en achter het oog bevindt zich een speciaal spiraalvormig kieuworgaan dat zuurstof naar ogen en brein vervoert. De haai heeft een uitstekend reuk- en gezichtsvermogen en kan elektrische velden detecteren. De tijgerhaai is een alleseter en een van de weinige haaien die ook gevaarlijk is voor mensen. De maximale lengte is ongeveer 5,5 meter, uitschieters kunnen nog groter worden maar zijn zeldzaam. Deze haaien hebben allen een knipvlies (een membraan dat over de ogen kan bewegen), twee rugvinnen, een aarsvin en vijf kieuwspleten. De tijgerhaai heeft daarbij een opvallend korte en stompe snuit. De tijgerhaai paart eenmaal in de drie jaar. Voortplanting vindt plaats door interne bevruchting. De haai is de enige soort in zijn familie die ovovivipaar is; de eieren worden intern uitgebroed, waarna de jongen als embryo’s levend ter wereld komen. De mannetjeshaai brengt bij de bevruchting met zijn geslachtsorgaan (claspers) het sperma in de genitale opening van het vrouwtje (cloaca). Tijdens de paring wordt het vrouwtje met de tanden vastgehouden. Veel vrouwtjes dragen hierdoor littekens op rug en flanken. De jongen brengen 16 maanden in de moederbuik door, waarbij het nest kan variëren van 10 tot 80 jongen. De pasgeboren tijgerhaai varieert in grootte tussen 50-75 centimeter. Na ongeveer 10 jaar is de haai volwassen. Het is nog onbekend hoe oud tijgerhaaien worden: een schatting is 20 jaar.